uitleg en geschiedenis van de Nordschleife bij de Nurburgring (de Grune Holle): circuit • bochten • records • evenementen en zelf rijden

Het Karussell: geschiedenis en techniek van de beroemdste bocht van de Nordschleife

Het circuitGepubliceerd 8 juli 2026
Het Karussell: geschiedenis en techniek van de beroemdste bocht van de Nordschleife
Foto: Lothar Spurzem — CC BY-SA 2.0 de · Wikimedia Commons

Wat is het Karussell precies?

Het Karussell is een linkerbocht van bijna 180 graden waarvan de binnenkant bestaat uit een steil hellend, betonnen bakje met een hellingshoek van ongeveer 17 graden. In plaats van de bocht op het normale wegdek te nemen, rijden vrijwel alle coureurs en veel toerrijders door de lagere, gebankte binnenbocht: dat kost minder tijd en voelt door de banking minder extreem aan dan de bocht op vlak asfalt zou zijn. Het Karussell ligt ongeveer twee derde van de ronde, niet ver na de sectie Wehrseifen en vlak voor Hohe Acht, het hoogste punt van het circuit.

De officiële naam is tegenwoordig Caracciola-Karussell, maar in de wandelgangen wordt vrijwel altijd kortweg over 'het Karussell' gesproken. Als geluidsherkenning is de bocht ook beroemd: het karakteristieke geluid van banden op de voegen tussen de betonplaten is op elke onboard-camerabeeld van de Nordschleife direct te herkennen.

Waarom ligt hier beton in plaats van asfalt?

De Nordschleife werd tussen 1925 en 1927 aangelegd, en het Karussell zelf werd pas begin jaren dertig van een betonnen ondergrond voorzien. Beton is beter vormbaar in een sterk hellende, gebogen constructie dan asfalt, en het materiaal houdt beter stand onder de combinatie van zijwaartse en verticale krachten die auto's op deze plek uitoefenen. Nadeel is dat de aparte betonplaten in de loop der decennia iets zijn gaan verzakken en verschuiven ten opzichte van elkaar, waardoor de voegen tussen de platen een merkbare, herhaalde schok geven bij het doorrijden.

Die oneffenheid is inmiddels onderdeel van het karakter van de bocht geworden. Bij onderhoudswerkzaamheden is bewust gekozen om de constructie in essentie te behouden in plaats van het Karussell te vervangen door een gladde asfaltbocht, iets wat voor veel liefhebbers ondenkbaar zou zijn.

Wie was Rudolf Caracciola en waarom draagt de bocht zijn naam?

Rudolf Caracciola was een Duitse coureur die in 1927 de openingsrace op de Nordschleife voor auto's won. Hij was destijds ook een van de eerste coureurs die willens en wetens de kortere, hellende binnenkant van deze bocht opzocht in plaats van de bocht buitenom op normale hoogte te nemen, een lijn die later de standaardaanpak voor vrijwel iedereen zou worden. Ter gelegenheid van een jubileum is de bocht in 2006 formeel omgedoopt tot Caracciola-Karussell, als eerbetoon aan zijn rol bij het ontstaan van deze rijlijn.

Caracciola reed in de jaren twintig en dertig voor onder meer Mercedes-Benz en behoort tot de bekendste coureurs uit de vooroorlogse periode van de Nürburgring. De naamgeving van de bocht is daarmee niet alleen een eerbetoon aan een individuele overwinning, maar aan de manier van rijden die het Karussell tot wat het nu is heeft gemaakt.

Hoe wordt het Karussell gereden?

Coureurs en ervaren toerrijders sturen de auto vanaf de ingang van de bocht bewust naar de laagste, binnenste rand van de betonnen bak, vaak vlak langs de rand waar het beton overgaat in gras. Door de helling van de baan zelf houdt de auto extra grip, waardoor de bocht met naar schatting 30 tot 40 kilometer per uur meer snelheid genomen kan worden dan wanneer dezelfde boogstraal op vlak wegdek zou liggen. De uitgang van de bocht loopt geleidelijk weer omhoog naar het normale wegdek, richting de sectie Hohe Acht, met daarna verderop nog de aansluiting op Bergwerk, een van de andere beroemde secties van het circuit.

Voor onervaren bezoekers is het Karussell desondanks een van de plekken waar voorzichtigheid gepast is: de overgang tussen het beton en het aansluitende asfalt is niet overal vlak, en bij natte omstandigheden verliest het beton merkbaar aan grip ten opzichte van droog asfalt elders op het circuit.

Niet de enige 'Karussell' op het circuit

Verderop op de Nordschleife, ter hoogte van sectie 40, ligt nog een tweede, veel minder bekende bocht met een vergelijkbaar gebankt binnenstuk: het Kleine Karussell. Deze bocht krijgt in vrijwel geen enkele berichtgeving over het circuit aandacht, terwijl het qua constructieprincipe wel degelijk verwant is aan het beroemde Caracciola-Karussell. Het verschil in bekendheid illustreert hoe sterk de reputatie van het grote Karussell is opgebouwd rond de geschiedenis en de naam Caracciola, en niet louter rond het technische principe van een gebankte bocht op zich.

Wie de Nordschleife voor het eerst bestudeert aan de hand van een overzichtskaart, zoals de kaart bij het artikel over lengte en hoogteverschil van de Nordschleife, ziet dan ook dat het circuit meer gebankte en scherpe bochten kent dan alleen de bekende namen die in reportages worden genoemd.