
Hoeveel kilometer is de Nordschleife precies?
De huidige Nordschleife is 20.832 meter lang, afgerond meestal aangeduid als 20,8 kilometer. Dat getal geldt voor de volledige ronde zoals die sinds 1983 wordt gereden, inclusief het korte stuk tussen de Hohenrain-schikane en de aansluiting op de Grand-Prix-Strecke. Wie tijdens Touristenfahrten rijdt, legt in de praktijk een iets andere afstand af: die ronde begint en eindigt bij het Nordschleife-Tor bij Döttinger Höhe en meet ongeveer 20,6 kilometer, omdat de aansluitweg naar de GP-Strecke wordt overgeslagen.
Voor onofficiële tijdmetingen door fans en gespecialiseerde media wordt vaak de zogeheten BTG-afstand gebruikt, van 'bridge to gantry': van de Bilstein-brug tot aan het Audi-portaal op de Döttinger Höhe. Die BTG-configuratie is ongeveer 19,15 kilometer lang en laat het stuk tussen het laatste portaal en de eerste brug buiten beschouwing. Dit verklaart waarom rondetijden die u online tegenkomt niet altijd op dezelfde afstand zijn gebaseerd, ook al gaat het telkens om 'de Nordschleife'.
Hoeveel hoogteverschil zit er in het circuit?
Het hoogteverschil tussen het laagste en het hoogste punt van de Nordschleife bedraagt ruim 300 meter. Het laagste deel van de baan ligt rond Breidscheid, het hoogste punt bevindt zich bij Hohe Acht, niet toevallig ook de naam van de hoogste berg van de Eifel op enkele kilometers afstand van het circuit. Tussen die twee punten in klimt en daalt de weg voortdurend, vaak met hellingspercentages die op een gewone weg ongebruikelijk zouden zijn.
Dit hoogteverschil is geen bijkomstigheid maar een structureel kenmerk van het circuit: de Nordschleife is in de jaren twintig aangelegd over bestaand glooiend terrein in de Eifel, niet op een vlak, kunstmatig geëgaliseerd stuk grond zoals veel moderne circuits. Bochten als Flugplatz en Pflanzgarten ontlenen hun karakter direct aan die combinatie van hoogteverschil en snelheid: auto's komen er kortstondig los van het wegdek doordat de helling na een koppige klim plotseline afbuigt.
Hoeveel bochten heeft de Nordschleife?
Over het exacte aantal bochten lopen de meningen uiteen, en dat is met reden. Het meest gebruikte getal is 73, wat verwijst naar de officieel benoemde en genummerde secties: bochten en combinaties die elk een eigen naam hebben, zoals Karussell, Bergwerk en Adenauer Forst. Wie echter elke afzonderlijke richtingsverandering telt, inclusief kleine kinken binnen een genoemde sectie, komt uit op ruim 150 bochten.
Het verschil zit dus in de telmethode, niet in tegenstrijdige feiten. Voor een rijder maakt dat overigens weinig uit: op de Nordschleife volgt de ene bocht zonder duidelijke rechte stukken op de andere, en veel van de kleinere richtingsveranderingen binnen een sectie worden in de praktijk als één doorlopende bocht ervaren.
Hoe de lengte van het circuit in de loop der tijd veranderde
Bij de opening in 1927 bestond het complex uit twee lussen die samen op de start-finish uitkwamen: de Nordschleife en de kortere Südschleife. Gecombineerd was dat toen goed voor ruim 28 kilometer per ronde. De Südschleife raakte na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk in onbruik en werd uiteindelijk grotendeels ontmanteld, waarna de Nordschleife als zelfstandig circuit overbleef.
De huidige lengte van 20,832 kilometer dateert uit 1983, toen het oorspronkelijke start-finish-gedeelte werd afgebroken om plaats te maken voor een nieuw Grand-Prix-circuit. Sindsdien begint en eindigt een officieel gemeten ronde op de Nordschleife op de GP-Strecke, via de Hohenrain-schikane die in 1967 al was aangelegd om de snelheid bij de pitstraat te beperken. Meer over die combinatie van beide circuits leest u in het artikel over de Nordschleife en de GP-Strecke.
Wat betekenen lengte en hoogteverschil voor een ronde?
Een ronde van bijna 21 kilometer met meer dan 300 meter hoogteverschil duurt voor de meeste bezoekers met een gewone auto tussen de tien en vijftien minuten. Racewagens en recordpogingen halen dat in ruim vijf tot zeven minuten, maar leggen daarmee dezelfde afstand af als een toerrijder die er rustig over doet. Juist die lengte maakt het circuit ook gevoelig voor wisselend weer: het kan op het ene deel van de baan droog zijn terwijl het een paar kilometer verderop regent, iets waar u meer over leest in het artikel over het weer en microklimaat op de Nordschleife.
De combinatie van afstand, hoogteverschil en het grote aantal bochten is ook de reden dat vergelijkingen met andere circuits vaak mank gaan: nergens anders in Europa ligt een aaneengesloten baan van deze lengte met zo veel hoogteverschil en zo weinig rechte stukken om op adem te komen.