
Waarom veiligheid al vóór 1976 een terugkerend probleem was
Lang voordat Niki Lauda in 1976 crashte, hadden coureurs al aan de bel getrokken over de veiligheid van de Nordschleife. In 1970 dreigde de Grand Prix Drivers' Association, onder aanvoering van onder anderen Jochen Rindt en Graham Hill, met een boycot omdat de eigenaren van het circuit slechts een deel van de gevraagde verbeteringen hadden doorgevoerd, zoals vangrails over de volledige lengte van de bijna 23 kilometer lange baan. De Duitse Grand Prix van dat jaar werd daarom in allerijl naar de Hockenheimring verplaatst.
In de winter van 1971 volgden alsnog aanpassingen: vangrails, bredere grasbermen en het verwijderen van bomen en glooiingen die het zicht beperkten. Daarmee keerde de Formule 1 in 1971 terug naar de Nordschleife, al bleef de baan met zijn lengte en snelheid fundamenteel moeilijk volledig veilig te maken.
De crash van 1 augustus 1976
Tijdens de Duitse Grand Prix van 1 augustus 1976 verloor regerend wereldkampioen Niki Lauda in zijn Ferrari 312T2 de macht over het stuur, kort na de snelle linkerbocht voor de rechterbocht Bergwerk. De auto schoot van de baan, ramde de omheining en kwam in brand terug op het asfalt terecht. Lauda's helm raakte los, en hij zat bijna een minuut gevangen in de vlammen voordat medecoureurs Guy Edwards, Brett Lunger, Harald Ertl en Arturo Merzario hem uit de brandende wagen konden bevrijden.
Lauda liep ernstige brandwonden op en werd per helikopter naar een militair ziekenhuis in Koblenz gebracht, en van daaruit naar de gespecialiseerde brandwondenkliniek in Ludwigshafen. Daar vocht hij dagenlang voor zijn leven. Tegen alle verwachtingen in stond hij zes weken later alweer aan de start bij de Italiaanse Grand Prix, zichtbaar aangedaan door littekens en verminderd gehoor, maar vastberaden zijn titel te verdedigen.
Het einde van de Formule 1 op de volledige Nordschleife
Nog voordat Lauda crashte, was er binnen de Formule 1 al twijfel over de toekomst van de Nordschleife als Grand Prix-circuit: de baan was simpelweg te lang om overal met moderne veiligheidsauto's, medische posten en marshalls te bewaken, hoe grondig de vangrails er ook bij lagen. De crash van Lauda werd de definitieve aanleiding om er een streep onder te zetten. De Grand Prix van 1976 was de laatste Formule 1-race ooit op de volledige, 22,8 kilometer lange Nordschleife.
Vanaf 1977 verhuisde de Duitse Grand Prix naar de Hockenheimring, en de Nordschleife verdween van de Formule 1-kalender. Voor de internationale top van de autosport betekende dit het einde van een tijdperk; voor de Nordschleife zelf betekende het geen einde van het racen in het algemeen, want toer- en langeafstandsraces als de 24 uur van de Nürburgring bleven wel op de baan gehouden.
Wat er daarna met de baan gebeurde
De afwezigheid van de Formule 1 opende de weg naar een nieuw hoofdstuk voor de Nürburgring. In de jaren die volgden werd besloten een korter, moderner circuit aan te leggen naast de Nordschleife, specifiek gebouwd volgens de veiligheidseisen die de Formule 1 inmiddels stelde. Die nieuwe baan, de GP-Strecke, opende in 1984 en bood de mogelijkheid om zowel de historische Nordschleife te behouden voor toer- en langeafstandsraces als een moderne baan te hebben voor topsport op het hoogste niveau.
Veelgestelde vragen
- Overleed Niki Lauda aan zijn crash in 1976
- Nee, Lauda overleefde het ongeluk, ondanks ernstige brandwonden en gevaar voor zijn leven in de dagen erna. Hij stond al zes weken later weer aan de start van een Grand Prix.
- Was de crash van Lauda de enige reden dat de Formule 1 de Nordschleife verliet
- Nee, er waren al langer zorgen over de veiligheid van de lange baan, met eerdere discussies en zelfs een boycotdreiging in 1970. De crash van Lauda in 1976 was wel de directe aanleiding om de Grand Prix definitief van de Nordschleife te halen.
- Waar ging de Duitse Grand Prix naartoe na 1976
- Vanaf 1977 werd de Duitse Grand Prix voortaan op de Hockenheimring gereden, tot de opening van de nieuwe, kortere GP-Strecke bij de Nürburgring in 1984 een alternatief bood.