
Niet elke ronde is even lang
Een van de belangrijkste redenen waarom rondetijden op de Nordschleife lastig te vergelijken zijn, is dat 'een ronde' niet altijd dezelfde afstand betekent. De volledige Nordschleife, zoals die bij officiële recordpogingen wordt gemeten, is 20,832 kilometer lang. Fans en gespecialiseerde media gebruiken daarnaast vaak de BTG-configuratie van ongeveer 19,15 kilometer, gemeten van de Bilstein-brug tot het portaal op de Döttinger Höhe, waarbij het stuk richting de Grand-Prix-Strecke buiten beschouwing blijft.
Bij langeafstandsraces zoals de 24 uur van de Nürburgring wordt weer een andere configuratie gebruikt: de Gesamtstrecke van ongeveer 25,4 kilometer, waarin de Nordschleife en de GP-Strecke worden gecombineerd. Een tijd die op deze langere combinatie is gereden, is dus per definitie niet rechtstreeks te vergelijken met een tijd op de kortere BTG-afstand, ook al wordt in beide gevallen over 'de Nordschleife' gesproken. Meer over deze combinatie leest u in het artikel over de Nordschleife en de GP-Strecke.
Weer en baancondities maken elk record uniek
Naast de afstand spelen weer en wegdektemperatuur een grote rol bij elke recordpoging. Toen de Mercedes-AMG One in 2024 zijn recordtijd neerzette, gebeurde dat naar eigen zeggen onder vrijwel ideale omstandigheden: een wegdektemperatuur van ongeveer 20 graden en een luchttemperatuur van 15 graden. Dergelijke condities zijn op de Nordschleife allerminst vanzelfsprekend, gezien de wisselvalligheid van het lokale microklimaat.
Een paar graden verschil in wegdektemperatuur kan het verschil maken tussen banden die optimale grip leveren en banden die net onder hun ideale werktemperatuur blijven. Datzelfde geldt voor vocht: een lichte bui op een deel van het circuit, ook als de rest van de baan droog is, kan een geplande recordpoging alsnog laten mislukken of vertragen tot betere omstandigheden zich voordoen.
Bandenkeuze, voorbereiding en testdagen
Recordpogingen worden zelden in één keer gereden. Fabrikanten reserveren doorgaans zogeheten industry pool days, waarop de Nordschleife is afgesloten voor regulier verkeer en uitsluitend beschikbaar is voor testwerk van autobedrijven. Coureurs rijden dan tientallen voorbereidende ronden om de ideale lijn en het juiste remmoment bij elke bocht te vinden, voordat de daadwerkelijke recordronde wordt gereden.
De bandenkeuze is daarbij een aparte discussie op zich: sommige recordtijden zijn gereden op banden die weliswaar voor de openbare weg zijn goedgekeurd, maar in de praktijk vooral voor circuitgebruik zijn ontwikkeld. Dat verschil in bandentype kan tussen twee vergelijkbare auto's tot een aanzienlijk tijdsverschil leiden, los van de techniek van de auto zelf.
Notariële verificatie tegenover onbevestigde claims
Officiële recordpogingen worden tegenwoordig standaard begeleid door een notaris die toezicht houdt op de tijdwaarneming en controleert of de auto daadwerkelijk in de gestelde, seriematige uitvoering verkeert. Sinds 2019 worden erkende rondetijden bovendien centraal geregistreerd, zodat fabrikanten dezelfde afstand en dezelfde meetmethode hanteren.
Daarnaast circuleren online regelmatig rondetijden die niet op deze manier zijn geverifieerd, vaak gebaseerd op een boordcomputer of een los tijdwaarnemingssysteem tijdens een gewone Touristenfahrt. Zulke tijden kunnen indicatief zijn, maar missen de onafhankelijke controle die nodig is om als officieel record te gelden, en zijn daarom niet zonder meer te vergelijken met notarieel vastgelegde tijden.
De coureur maakt ook verschil
Naast de auto en de omstandigheden speelt de coureur zelf een grotere rol dan bij veel andere circuits. De Nordschleife vraagt gedetailleerde kennis van tientallen bochten die elkaar snel opvolgen, vaak met beperkt zicht op wat erna komt. Testcoureurs die gespecialiseerd zijn in recordpogingen op dit specifieke circuit, zoals Lars Kern voor Porsche of Timo Bernhard, rijden doorgaans honderden tot duizenden ronden voordat ze aan een recordpoging beginnen, iets wat een gastcoureur zonder die ervaring vrijwel nooit kan evenaren, ongeacht hoe goed de auto op papier is.
Dit betekent dat een verschil van enkele seconden tussen twee vergelijkbare auto's niet automatisch betekent dat de ene auto sneller is dan de andere: het kan net zo goed het verschil in ervaring en voorbereiding van de coureur weerspiegelen. Bij het beoordelen van een recordtijd is daarom altijd relevant wie er reed, en hoeveel voorbereidingstijd op het circuit daaraan voorafging.
Praktisch: waar u op moet letten bij het vergelijken van tijden
Wie twee rondetijden op de Nordschleife met elkaar wil vergelijken, doet er verstandig aan eerst te controleren of het om dezelfde trackconfiguratie gaat, of de tijd notarieel is geverifieerd, en onder welke weersomstandigheden de ronde is gereden. Pas wanneer deze factoren overeenkomen, zegt het verschil in seconden echt iets over de auto of coureur zelf, in plaats van over toevallige omstandigheden op de dag van de poging.
Hoe de tijdwaarneming zelf precies in zijn werk gaat, van de startlijn tot de erkenning van een record, leest u in het artikel over hoe een ronde op de Nordschleife officieel wordt gemeten.