uitleg en geschiedenis van de Nordschleife bij de Nurburgring (de Grune Holle): circuit • bochten • records • evenementen en zelf rijden

De Nürburgring in de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw erna

GeschiedenisGepubliceerd 8 juli 2026
De Nürburgring in de Tweede Wereldoorlog en de wederopbouw erna
Foto: Hans Sayler (Studio Schwaben) — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

De Nürburgring vlak voor de oorlog

Tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939 bleef de Nordschleife, na de gouden jaren van Caracciola en Rosemeyer in de jaren dertig, een van de belangrijkste racecircuits van Europa, met de Duitse Grand Prix en het Eifelrennen als vaste hoogtepunten op de kalender. Na de laatste races in 1939 viel de Nürburgring, net als vrijwel alle andere sport- en vrijetijdsactiviteiten in Duitsland, stil zodra de oorlog serieus op gang kwam.

Schade tijdens de oorlog

In de laatste oorlogsjaren en direct na de Duitse capitulatie werd het terrein van de Nürburgring gebruikt door de geallieerde troepen, die er onder meer een hoofdkwartier vestigden. De rupsbanden van tanks en het zware militaire verkeer richtten aanzienlijke schade aan op het wegdek en de infrastructuur van het circuit, bovenop de schade die bombardementen elders in de Eifel al hadden veroorzaakt. Van racen was in die jaren vanzelfsprekend geen sprake.

De Franse bezettingszone en de eerste wederopbouw

Na de oorlog viel de Eifel, en daarmee de Nürburgring, onder de Franse bezettingszone. Met steun van de Franse autoriteiten werd eerst de kortere Südschleife hersteld, waarna daar in augustus 1947 alweer races konden worden gereden. Dat was een relatief snel herstel, gezien de omvang van de oorlogsschade en de algehele wederopbouwproblematiek waar heel West-Duitsland op dat moment mee kampte.

De grotere en veeleisender Nordschleife kostte meer tijd om weer racewaardig te maken. Op 22 mei 1949 ging de Nordschleife officieel weer open, met een groot raceweekend dat in de Duitse pers uitgebreid werd verslagen, inclusief motorraces, sportwagenklassen en een flink opgekomen publiek langs de baan. Voor een land dat nog volop in wederopbouw zat, was dat een zichtbaar teken dat het gewone leven, inclusief de racesport, weer op gang kwam.

Terug op de internationale kalender

De volgende stap kwam in 1951, toen de Nordschleife weer het toneel werd van de Duitse Grand Prix, dit keer als onderdeel van het net opgerichte wereldkampioenschap Formule 1. Dat wereldkampioenschap was in 1950 van start gegaan, en de terugkeer van de Duitse Grand Prix op de Nordschleife in 1951 markeerde de definitieve terugkeer van het circuit op het hoogste niveau van de internationale autosport, nog geen tien jaar na het einde van de oorlog.

Vanaf dat moment bouwde de Nordschleife de reputatie op die het decennia later nog altijd heeft: een van de zwaarste en meest gevreesde circuits ter wereld, waar in de jaren vijftig en zestig steeds meer internationale coureurs en fabrikanten zich aan waagden.

Veelgestelde vragen

Werd de Nürburgring tijdens de oorlog gebruikt voor gevechten
Niet voor directe gevechtshandelingen, maar het terrein werd tegen het einde van de oorlog gebruikt door geallieerde troepen als hoofdkwartier, en zwaar militair verkeer beschadigde het wegdek.
Wanneer ging de Nordschleife na de oorlog weer open
De kortere Südschleife ging in augustus 1947 weer open. De Nordschleife zelf volgde op 22 mei 1949 met een groot raceweekend.
Wanneer stond de Nordschleife weer op de internationale racekalender
In 1951 keerde de Duitse Grand Prix terug naar de Nordschleife, dit keer als onderdeel van het pas opgerichte wereldkampioenschap Formule 1.